Column: de villa

De zomer is in volle gang. Op afstand zijn de ballonnen aan de gevel van De Villa al te zien. De voordeur staat wagenwijd open en familieleden druppelen langzaam binnen. Tijd voor het jaarlijkse zomerfeest.
Mam heeft zelfs lippenstift opgedaan. Dat had ze tot een paar maanden geleden altijd op, maar ineens zat het niet meer in haar systeem. Tot vandaag. Het maakt me blij. En zij is blij ons te zien. “Hoe ben je gekomen?” vraagt ze. “Net zoals altijd mam, met de trein” antwoord ik. “Ga je dan eerst met de trein naar Groningen?” vraagt ze. Ik leg uit dat het hoofdstation in Groningen er nog steeds uit ligt en dat ik via Leeuwarden ben gekomen. Ze schudt haar hoofd. “Wat een omweg.”
Beneden ziet het er feestelijk en gezellig uit door de vele ballonnen en vrolijke tafelkleden. De kok legt de laatste hand aan het buffet. We krijgen een glaasje aangeboden maar mam wil koffie. Haar hele leven dronk ze alleen thee en nu alleen nog koffie. We zoeken een plaatsje op het terras. Ook hier zijn alle tafels feestelijk gedekt en hangen overal ballonnen. Wat fijn dat het weer mee zit. Vorig jaar viel de regen met bakken uit de hemel tijdens het zomerfeest.
Het is een genoeglijk samenzijn met alle bewoners en hun familieleden. Fijn om iedereen weer te zien. Mam zit er stralend tussenin maar is ook een beetje afwezig. Ze krijgt het niet allemaal meer mee. “Hoe ben je gekomen?” vraagt ze weer. Ik antwoord iets over trein en Leeuwarden en zij schudt haar hoofd en zegt: “wat een omweg.”
De locatiemanager neemt vandaag afscheid van De Villa om een nieuwe locatie te gaan leiden. Ze houdt een warme toespraak, met een lach en een traan. “We zijn hier eigenlijk een grote familie. We hebben veel met elkaar mee gemaakt, zoveel plezier samen gehad maar ook van vele dierbaren afscheid moeten nemen.” En ik denk aan de lieve mensen die ik nog steeds mis. Ze heeft een afscheidscadeau voor de bewoners; het muzikale spel ‘Hitster’. Er is een afscheidslied voor haar gemaakt en iedereen zingt uit volle borst mee. Ja, wat zullen we haar missen.
Het buffet is open en de kok heeft zichzelf weer overtroffen. Het ziet er prachtig en heerlijk uit. Ondertussen worden de glaasjes nog eens bijgevuld. Mam probeert wat controle te krijgen over de tafel. Vaasje aan de kant, bestek herschikken, broodmandje in het midden en ze vraagt nog een keer hoe ik ben gekomen. Een van de familieleden is met de trein vanaf Steenwijk gekomen. “Daar heb jij ook gewoond mam” zeg ik en verbaasd kijkt ze me aan. “Nee hoor, daar ben ik nog nooit geweest” zegt ze stellig maar toch zie ik wat onzekerheid in haar ogen.
Het eten smaakte zoals het er uit zag. Voortreffelijk. Voor het dessert is een ouderwetse ijscokar met een luifeltje er boven naar binnen gereden. Maar mam hoeft geen ijs. Ze heeft het koud. Ik vraag of ik een vestje voor haar moet halen maar dat hoeft niet. Verwonderd kijkt ze naar haar huisgenoten die, aan ijsjes likkend, het terras op komen. “Heb je toch zin in een ijsje?” vraag ik, “want dan haal ik er eentje voor je op.” Maar ze schudt haar hoofd. Ik zie echter hoe verlekkerd ze naar de ijsjes kijkt en ik vraag nog een keer of ik er een voor haar zal halen. “Nu hoeft het niet meer”, zegt ze, “ik heb het zelf al geregeld” en op dat moment krijgt ze van een van de verzorgers een hoorntje met bolletjes ijs aangereikt. Ze straalt van oor tot oor.
Even overvalt me een gevoel van weemoed. Ze gaat steeds harder achteruit. Misschien is er volgend jaar voor haar geen zomerfeest meer. En is dit voor mij ook de laatste…
Als ik haar even later een knuffel geef omdat ik naar huis ga, vraagt ze of ik met de trein eerst naar Groningen ga. Als ik zeg dat ik eerst naar Leeuwarden reis, schudt ze haar hoofd en zegt “wat een omweg”.
Over Marjan Spelbrink
Marjan Spelbrink is de dochter van één van de bewoners van Residentie Terborch. In haar vrije tijd schrijft ze columns over wat ze meemaakt tijdens haar bezoeken aan Residentie Terborch en over het leven van haar moeder daar. Een uniek kijkje in hoe het leven in een zorgvilla is.


